zondag 17 september 2017

Van de winter naar de zomer

Voor diegene die me uit Brisbane kennen weten precies hoe mijn kofferbak eruit ziet. Een tas met strandspullen en een paar surfboards en een berg zand. Altijd. We konden altijd spontaan naar het strand gaan want ik had alles bij. In Melbourne is dat anders. Wat er standaard in mijn auto ligt zijn; sleeën, parasols, paraplu’s, truien, regenjassen, badpakken, slippers en sneeuwschoenen, scooters, vestjes, sjaals en hemdjes. Ook trek je altijd lagen kleren aan in Melbourne zeker in de overgang van winter naar lente is dit nodig. Je moet voor alles voorbereid zijn ook al ga je maar een half uurtje de deur uit. Wat een prachtige dag lijkt te zijn kan zich in tien minuten omdraaien naar een regenbui  met wind vanaf Antarctica en je tenen vriezen zwart in vijf minuten. Zoals afgelopen maandag. Het zou negentien graden worden met een top van vierentwintig. Fenna en Luke huppelde naar school in hun korte broek en rokje want mama heeft de lente in haar hoofd. Om twaalf uur keek ik angstig op de temperatuur meter. Het was godverdomme nog steeds tien graden. Arme kinderen. Wat ik steeds vergeet is dat het heetste punt van de dag in Melbourne om drie uur ‘s middags is. Hoe maf? Zou dat ooit gaan wennen? Net voordat school uit is dus. De kinderen hebben de hele dag in blote benen gelopen en toen ik voor hun een lange broek naar school bracht was het mosterd na de maaltijd want toen was het inmiddels vijftien graden met zon en dus warm, ik kreeg een vreemde blik. Gelukkig voelen de kinderen de kou niet zoals ik dus ik kwam er goed vanaf. De volgende dag kregen ze weer dassen mee want het was weer drie graden. Ze zeggen dat Melbourne vier seizoenen in een dag kan hebben. Dat is een nette vertaling van ‘fucking onvoorspelbaar’. Ik ben benieuwd wat de lente en de zomer ons gaan brengen.
We wonen nu meer dan een jaar in Melbourne en we zijn aardig gesetteld. Waar ik eerst Australie vergeleek bij Nederland ben ik nu Melbourne aan het vergelijken met Brisbane. Geen van beide is beter. Het is zo anders. Brisbane is meer een groot dorp vergeleken bij Melbourne met altijd mooi weer, andere mensen, heel veel enge insecten, natuurrampen, prachtige stranden en bijzondere regenwouden, laid-back gevoel, saaie nachtleven, nauwelijks terrasjes en vergeleken bij Melbourne en niet veel diversiteit. Melbourne, een echte wereld stad. Binnen een straal van tien kilometer wel honderdvijftig verschillende restaurants, terrasjes, kroegen, uitgaans gelegenheden, veel immigranten, buiten fietsen voor de jongens, alles zit om de hoek, veel kunnen we lopend doen, er zijn elke week festivals op verschillende plekken en het leeft. Ik zou niet kunnen kiezen tussen beide. Het is zo verschillend en beide fantastisch, ik zou ook niet kunnen kiezen als dat zou moeten.
Voor de kinderen geldt het ook zo. Ze hebben het ontzettend naar hun zin in Melbourne maar mochten we ooit naar Brisbane terug gaan dan vinden ze het ook prima. Ze hebben het op het moment erg naar hun zin hier. Chris en Luke hebben allebei vrienden en gaan nu hun eigen gang buiten na school. Ze lopen of fietsen zelf naar karate of tennisles en ook naar school. Het is niet echt Australisch om naar school te lopen. De meeste Australiërs zijn gewend om met de auto te gaan ook al wonen ze binnen een straal van een kilometer van school.  We hebben al regelmatig een lift aangeboden gekregen terwijl we naar huis liepen. We hebben dan de auto gewoon thuis staan en de Australiërs snappen dat niet altijd. Ook op straat hangen, wat de jongens doen, doen kinderen van Australische gezinnen niet echt. Ze zijn bang dat de kinderen iets overkomt of dat ze ontvoerd worden of zo. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook fijner vind wanneer ze achter in de tuin spelen zodat ik weet waar ze zijn en dat alles goed is maar ja het is niet echt gezond. Miscchien is het ook een beetje moeders eigen ik ben ook altijd weer blij wanneer David weer veilig thuis is na vijfendertig kilometer hardlopen hahahaha.


Maar goed, ik ga de sleeën uit de achterbak halen want naar de sneeuw gaan heb ik echt geen zin meer. Ik wil warmte. Stinkende klammende warmte. Die krijg ik hier nooit want het is niet tropisch maar minimaal vijfendertig graden moet lukken. Lekker naar het strand, kamperen vieze spinnen en stomme vliegen. De krokusjes mogen oprotten want het klopt niet in mijn hoofd. Er staan krokusjes maar Pasen komt maar niet. Ook zo raar. Doei!