Voor diegene die me uit Brisbane kennen weten precies hoe
mijn kofferbak eruit ziet. Een tas met strandspullen en een paar surfboards en
een berg zand. Altijd. We konden altijd spontaan naar het strand gaan want ik
had alles bij. In Melbourne is dat anders. Wat er standaard in mijn auto ligt
zijn; sleeën, parasols, paraplu’s, truien, regenjassen, badpakken, slippers en
sneeuwschoenen, scooters, vestjes, sjaals en hemdjes. Ook trek je altijd lagen
kleren aan in Melbourne zeker in de overgang van winter naar lente is dit
nodig. Je moet voor alles voorbereid zijn ook al ga je maar een half uurtje de
deur uit. Wat een prachtige dag lijkt te zijn kan zich in tien minuten
omdraaien naar een regenbui met wind
vanaf Antarctica en je tenen vriezen zwart in vijf minuten. Zoals afgelopen
maandag. Het zou negentien graden worden met een top van vierentwintig. Fenna
en Luke huppelde naar school in hun korte broek en rokje want mama heeft de
lente in haar hoofd. Om twaalf uur keek ik angstig op de temperatuur meter. Het
was godverdomme nog steeds tien graden. Arme kinderen. Wat ik steeds vergeet is
dat het heetste punt van de dag in Melbourne om drie uur ‘s middags is. Hoe
maf? Zou dat ooit gaan wennen? Net voordat school uit is dus. De kinderen
hebben de hele dag in blote benen gelopen en toen ik voor hun een lange broek
naar school bracht was het mosterd na de maaltijd want toen was het inmiddels
vijftien graden met zon en dus warm, ik kreeg een vreemde blik. Gelukkig voelen
de kinderen de kou niet zoals ik dus ik kwam er goed vanaf. De volgende dag
kregen ze weer dassen mee want het was weer drie graden. Ze zeggen dat
Melbourne vier seizoenen in een dag kan hebben. Dat is een nette vertaling van
‘fucking onvoorspelbaar’. Ik ben benieuwd wat de lente en de zomer ons gaan
brengen.
We wonen nu meer dan een jaar in Melbourne en we zijn aardig
gesetteld. Waar ik eerst Australie vergeleek bij Nederland ben ik nu Melbourne
aan het vergelijken met Brisbane. Geen van beide is beter. Het is zo anders.
Brisbane is meer een groot dorp vergeleken bij Melbourne met altijd mooi weer,
andere mensen, heel veel enge insecten, natuurrampen, prachtige stranden en
bijzondere regenwouden, laid-back gevoel, saaie nachtleven, nauwelijks
terrasjes en vergeleken bij Melbourne en niet veel diversiteit. Melbourne, een
echte wereld stad. Binnen een straal van tien kilometer wel honderdvijftig
verschillende restaurants, terrasjes, kroegen, uitgaans gelegenheden, veel
immigranten, buiten fietsen voor de jongens, alles zit om de hoek, veel kunnen
we lopend doen, er zijn elke week festivals op verschillende plekken en het leeft.
Ik zou niet kunnen kiezen tussen beide. Het is zo verschillend en beide
fantastisch, ik zou ook niet kunnen kiezen als dat zou moeten.
Voor de kinderen geldt het ook zo. Ze hebben het ontzettend
naar hun zin in Melbourne maar mochten we ooit naar Brisbane terug gaan dan
vinden ze het ook prima. Ze hebben het op het moment erg naar hun zin hier.
Chris en Luke hebben allebei vrienden en gaan nu hun eigen gang buiten na
school. Ze lopen of fietsen zelf naar karate of tennisles en ook naar school.
Het is niet echt Australisch om naar school te lopen. De meeste Australiërs
zijn gewend om met de auto te gaan ook al wonen ze binnen een straal van een
kilometer van school. We hebben al
regelmatig een lift aangeboden gekregen terwijl we naar huis liepen. We hebben
dan de auto gewoon thuis staan en de Australiërs snappen dat niet altijd. Ook
op straat hangen, wat de jongens doen, doen kinderen van Australische gezinnen
niet echt. Ze zijn bang dat de kinderen iets overkomt of dat ze ontvoerd worden
of zo. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het ook fijner vind wanneer ze achter in
de tuin spelen zodat ik weet waar ze zijn en dat alles goed is maar ja het is
niet echt gezond. Miscchien is het ook een beetje moeders eigen ik ben ook
altijd weer blij wanneer David weer veilig thuis is na vijfendertig kilometer
hardlopen hahahaha.
Maar goed, ik ga de sleeën uit de achterbak halen want naar
de sneeuw gaan heb ik echt geen zin meer. Ik wil warmte. Stinkende klammende
warmte. Die krijg ik hier nooit want het is niet tropisch maar minimaal
vijfendertig graden moet lukken. Lekker naar het strand, kamperen vieze spinnen
en stomme vliegen. De krokusjes mogen oprotten want het klopt niet in mijn
hoofd. Er staan krokusjes maar Pasen komt maar niet. Ook zo raar. Doei!